 |
Toponiemen Om te komen tot een verklaring voor de vele volksnamen die de verschillende biotopen in het Grenspark hebben, is een beroep gedaan op het boekje uitgegeven door de Koninklijke Vereniging voor Natuur- en Stedenschoon. Ondanks het feit, dat het werk dateert van 1985, blijkt dat het tot op heden één van de enige werken is, dat zo volledig geschreven is.
Bijgevoegd een lijst van namen, die u ook kan terugvinden op de wandelkaart van het Grenspark, met daarbij een mogelijke verklaring van de naamgeving.
Al gauw blijkt, dat het bestuderen van de vennen niet zo eenvoudig is. Het wateroppervlak wordt nu eens groot, dan weer klein weergegeven. Soms zijn er eilanden of dammen in de vennen: één ven wordt dan twee of drie vennen. Dit alles komt door de wisselende waterstand, de natte en droge seizoenen en de cycli van natte en droge jaren. Kortom, vennen schijnen te groeien en te krimpen, de duinen schijnen te wandelen: het landschap leeft. En dat maakt het niet altijd eenvoudig om tot een juiste beschrijving te komen.
Toponiemen van vennen:
Biezenkuilen – Drielingvennen - De Groote Meer - Kriekelarenven - Putse Moer -Stappersven - Van Gansenven
Toponiemen van duinen:
Boterbergen - Kambuusduinen – Hazenduinen - Keetheuvel - Paalberg – Wilgenduinen - Vossenbergen
Toponiemen overige gebieden:
Groenendries - Markgraaf - Mont Noir - De Nol - Steertse Duinen (Steertse Heide) - Withoefse Heide
|  |