 |
Bossen
 |
| Dunningskap |
In de randgebieden van het Grenspark vinden we uitgestrekte bossen, voornamelijk bestaande uit soortenarm naald- en loofbos met onder andere grove den, zomereik en ruwe berk. Op sommige plaatsen komen ook enkele monotone Corsicaanse dennenbestanden voor. Een struiklaag is veelal niet aanwezig en indien tóch aanwezig, bestaat ze dikwijls uit exoten.
In de kruidlaag treffen we vooral pijpenstrootje aan. Hier en daar treden er problemen op met concurrentiekrachtige exoten, zoals Amerikaanse vogelkers en rhododendron. In het Beleidsplan streven we echter naar een structuurrijk bos. Om hiertoe te komen zijn verschillende beheersingrepen nodig: het bestrijden van de exoten om soorteigen struiken te bevorderen en het uitvoeren van dunningen. Hierdoor wordt het kronendak open en vindt spontane verjonging van het bos plaats. Bij het uitvoeren van deze dunningen wordt het loofhout gespaard ten koste van het naaldhout om op die manier een grotere variatie te verkrijgen. Ook het aandeel dood hout wordt bevorderd ter vergroting van de natuurwaarde.
Groepsgewijze kap creëert open plekken in het bos. Hierdoor kunnen verschillende populaties van een soort weer met elkaar in verbinding komen en voortplanten. Deze kap is dus belangrijk om de biologische diversiteit te verhogen.
De ingrepen moeten leiden tot een mooi, gestructureerd bos waarin open plekken afgewisseld worden met meer gesloten plekken, waar jonge en oudere bomen door elkaar staan en er een soortenrijke struik- en kruidlaag voorkomt.
fauna van de bossen
flora van de bossen
|  |