Flora van de natte heide

Dophei

Zeldzame flora
Op plaatsen waar de bodem in de winter nat is en in de zomer voldoende vochtig, vinden we begroeiing met gewone dophei. Van juni tot augustus bloeien deze dwergstruikjes met roze urnvormige bloemetjes. Op heel natte plaatsen krijgen zij het gezelschap van veenbies, veenmossen, trekrus en veenpluis. Veel zeldzamer zijn beenbreek, met helgele bloemen, en klokjesgentiaan, met diepblauwe bloemen.
Langs venranden, paadjes of waar geplagd werd, zien we vaak een pioniersvegetatie met kleine of ronde zonnedauw, witte en bruine snavelbies, en soms de zeldzame moeraswolfsklauw.
Het zijn vooral deze soortenrijke types natte heide die omwille van hun waarde in het Grenspark gekoesterd worden. Ook internationaal gezien zijn ze van belang, omdat ze nog maar op zeer weinig plaatsen voorkomen.
 
Pijpenstrootje
In grote delen van het Grenspark, vooral op de iets nattere plaatsen, groeit veel pijpenstrootje. Dit gras bepaalt grotendeels de kleur van het landschap: groen vanaf mei tot september, gelig wit tijdens de rest van het jaar. Het komt zeer laat in blad en sterft af in het najaar. Afgestorven stengels en bladeren verteren zeer slecht op de arme zandgrond en vormen een dikke strooisellaag. Pijpenstrootje is een sterke groeier en andere planten kunnen er niet mee concurreren.
Vroeger gebruikten de heiboeren de lange, stijve bloeistengels van de “bunt” om de stelen van hun pijpen schoon te maken. Zij vlochten er ook bijenkorven en manden mee.
De grote uitbreiding van het pijpenstrootje de laatste decennia, is te wijten aan de aanrijking met stikstofoxiden en verzurende stoffen vanuit de lucht.

zie ook plaggen