Groote Meer


De Groote en Kleine Meer

De Groote en de Kleine Meer danken hun ontstaan aan de aanwezigheid van ondoorlaatbare kleilagen en leembanken in de ondergrond. Plaatselijk werd dit nog eens versterkt door het ontstaan van ondoorlaatbare, verkitte, ijzeroxidenhoudende laagjes. Hierdoor ontstonden vennen met een zogenaamde schijngrondwaterspiegel. Zowel de Groote Meer als de Kleine Meer zijn hiervan getuigen. Door de grondwaterwinning, zowel aan Vlaamse als Nederlandse zijde, zakt de grondwatertafel en dit heeft effect op beide vennen. In droge zomers staan beide vennen nu meestal droog.
 
Natte natuurparel
De Groote Meer staat bekend als één van de belangrijkste vindplaatsen in West-Europa van de plantengemeenschap van het zeer zeldzame oeverkruidverbond. Daarom krijgt dit ven speciale aandacht als Natura 2000 gebied.
De laatste tientallen jaren is een sterke achteruitgang van deze plantengemeenschap vastgesteld. De belangrijkste oorzaak hiervan moeten we zoeken in verdroging, verzuring en aanrijking van het ven met voedselrijk water. Door toevoer van water uit het landbouwgebied van de Steertse Heide, veranderde de plantengroei in het oostelijk deel van de Groote Meer. Het gevolg was een massale groei van riet, gele lis en veenwortel.
 
Natuurherstel: een moeilijke opgave
Met de grootste aandacht en onder druk van de Europese Natura 2000 richtlijn, wordt er gezocht naar duurzame oplossingen.
De waterwinningsmaatschappijen zijn recent begonnen de grondwaterwinningen te verminderen. Het waterpeil van de Groote Meer lijkt hierop al positief te reageren.
Bovendien wordt nu in de winterperiode het wateroverschot in Kortenhoeff, via een pomp en een ondergrondse leiding naar de Kleine Meer gestuwd. Dit is erg belangrijk, omdat het ven bij hoge waterstand naar de Groote Meer afwatert.
In het begin van de 20e eeuw heeft men getracht de Kleine Meer droog te leggen en om te zetten in landbouwgrond. Daartoe werden afvoersloten gegraven en werden op sommige plaatsen “zakputten” gedolven, plekken waar de leemlaag werd weggehaald zodat het water beter in de grond kon wegzijgen. Die afvoersloten werden nu gedicht en de “zakputten” werden opgevuld met leem. Daardoor blijft het oppervlaktewater in de Kleine Meer langer behouden.
Het probleem van de waterkwaliteit in de Groote Meer blijft echter bestaan. Dit water is voor een belangrijk deel afkomstig uit het landbouwgebied van de Steertse Heide. Het is aangerijkt met nitraat en fosfaat, wat zeer nadelig is voor de specifieke zeldzame venflora.
Er blijft nog heel wat onzekerheid bestaan en verder doorgedreven onderzoek dringt zich op. De effecten op de waterkwaliteit en de achterliggende processen zijn immers onvoldoende bekend. Zo moet er bijvoorbeeld uitgezocht worden hoe ver het op dit ogenblik staat met de fosfaatverzadiging van het oostelijk deel van de Groote Meer en hoe ver deze is opgerukt in het westelijke en meest waardevolle deel van het ven.