Fauna van de heide

heideblauwtje

Wanneer struikhei en dophei in bloei staan, lokken zij enorme aantallen insecten. Niet enkel honingbijen, maar ook tal van wilde bijen en hommels voeden zich met de nectar die deze planten overvloedig produceren, vooral tijdens natte zomers.
Ook sprinkhanen zoals de heidesabelsprinkhaan, hangmatspinnen en vlinders als heideblauwtje, groentje en kleine vuurvlinder treffen we aan. Het heideblauwtje legt zijn eitjes op struikhei en dophei. De rupsen scheiden een suikerachtige stof af, waarop mieren verzot zijn. Als de rupsen gaan verpoppen, kruipen ze in de grond en worden zij beschermd door de mieren die er een nestje rond bouwen.
In structuurrijke heide met zowel zonnige open plekken, als schaduw vinden we drie soorten reptielen: de levendbarende hagedis, de gladde slang en de adder.
Heel wat vogels profiteren van het rijke insectenleven op de heide. De wespendief doet zich te goed aan honing en aan larven van wilde bijen en hommels. In de open heide fungeren alleenstaande bomen als zang- en uitkijkpost voor boomleeuwerik, boompieper, roodborsttapuit en fitis. Dé trots van de heide is de wulp, een steltloper met lange gebogen snavel die door de lucht wiekt terwijl hij zijn jubelende, ver dragende baltszang laat horen.
De heide is belangrijk voor een aantal soorten op doortrek of als overwinteringgebied: watersnip, klapekster, rietgors, blauwe kiekendief, smelleken, zwarte ruiter, witgatje, groenpootruiter.