Fauna van de vennen

Vinpootsalamander

Het water van de vennen mag dan wel voedselarm en zuur zijn, het is ook onvervuild en zeer helder. Het biedt een unieke woonplaats aan allerlei kleine ‘waterdiertjes’ als geelgerande watertor, veenzwemmertje, waterspin. Voor zeldzame amfibieën als de heikikker, de rugstreeppad en de vinpootsalamander zijn de vennen onontbeerlijke voortplantingsplaatsen. Op mooie zomerdagen snorren libellen en waterjuffers boven het wateroppervlak. Ook zij planten zich voort in deze waters. In het Grenspark komen bijna 30 soorten libellen voor, waaronder maanwaterjuffer, koraaljuffer, tengere pantserjuffer, viervlek, zwarte heidelibel, venglazenmaker …
Bij mooi weer zie je de sierlijke boomvalk bij de grote vennen op libellen jagen.
Vele soorten eenden vinden op de vennen een prima rust- of nestplaats, bijvoorbeeld wintertaling, zomertaling, kuifeend, slobeend, bergeend. Steltlopers als witgatje, oeverloper, bosruiter, tureluur, groenpootruiter en zwarte ruiter zoeken graag naar voedsel op drooggevallen venoevers. In augustus komen honderden zwaluwen zich hier volproppen met muggen vooraleer aan de trek naar het verre Afrika te beginnen.
Ook geoorde fuut en dodaars komen af en toe voor. Het zijn schaarse broedvogels die voor het grootbrengen van hun jongen afhankelijk zijn van iets voedselrijker water. Net die vennen vallen in de zomer nogal eens droog.
Tijdens de trek of in de winterperiode kan je soorten als brilduiker, pijlstaart, krakeend en smient waarnemen.
Eén van de opvallendste vogels van de vennen is wel de Canadese gans. Deze exotische soort ontsnapte uit gevangenschap begin jaren zeventig. In 1973 waren er al broedgevallen en momenteel zitten er verspreid over het gebied verschillende tientallen broedparen.