Fauna van de duinen

Zandloopkevers

Een aantal insecten heeft zich prima aangepast aan het leven in het barre en droge milieu van de open zandvlaktes. Zandloopkevers zie je bij het minste onraad opvliegen en even verder terug neerstrijken. Bij mooi weer zijn spinnen- en rupsendoders, graafwespen en graafbijen druk aan het werk in de kale bodem. Zij leggen hun eitjes in het zand en hun larven leven in onderaardse gangen en gaatjes. Een andere specialist is de larve van de mierenleeuw, die een trechtervormig kuiltje graaft waarin hij op de loer zit naar mieren. Hij verpopt in een cocon van aan elkaar geplakte zandkorrels. Ook de heivlinder vind je in dit biotoop. Hij zet zijn eitjes af op korte grassen tussen kaal zand en ook zijn larven verpoppen in een holletje in de bodem.
Helemaal onverwacht is voor vele bezoekers het feit dat ook een pad in de duinen leeft, namelijk de rugstreeppad. Overdag graaft deze kleine pad zich in de losse zandige bodem in. Vooral ’s ochtends vind je vaak zijn sporen in de duinen, want ’s nachts gaat hij op stap om voedsel te zoeken.
Ook het konijn verraadt hier zijn aanwezigheid door tal van graafsporen. In de buurt ervan zie je vaak kleine zandhoopjes, waar de driehoornmestkever broedgangen heeft gegraven. Hierin rolt hij konijnen- of schapenkeutels als voedsel voor zijn larven.