Toponiemen van overige gebieden

Craeyenbergh
Hier bevond zich ooit de terechtstellingsplaats van Berendrecht. Nadat het doodvonnis werd uitgevoerd, liet men als afschrikking de gehangenen lang ter plaatse. Kraaien zijn aaseters en zij zwierven daar dus vaak rond.

Galgenberg
Galg en rad bevonden zich vaak op een hoger gelegen plek, bv. op een duin. Hier bevond zich ‘het gerecht’ van Putte.

Groenendries
Met ‘dries’ wordt een vochtig weiland aangeduid. Het landbouwgebied in het noorden van de Kalmthoutse Heide ligt op voormalige vochtige heidegronden. Vanaf 1860 werden die stilaan omgezet naar weilanden.

Kortenhoeff
Na de Eerste Wereldoorlog begon men dit heide-, bos en duingebied te ontginnen. Achtereenvolgens waren het landbouwers, een fruitteler, een varkens- en een kippenkweker die er hun geluk beproefden. Een van de eigenaars gaf het landgoed de naam Kortenhoeff, zeer waarschijnlijk vernoemd naar de woonplaats waar zijn echtgenote vandaan kwam (Kortenhoef in Noord-Holland). Later waren er nog grote plannen voor de aanleg van een recreatiedomein met 400 à 500 vakantiehuisjes en van een motocrossterrein. In 1980 werd Kortenhoeff volledig eigendom van Staatsbosbeheer.

De Markgraaf
In 1855 verkocht de gemeente Kalmthout 4 ha viswaters en heide aan de Heer Kistemaekers uit Antwerpen. Hier lagen de voormalige visvijvers van de pastoors van Kalmthout (Peer Smitsven, Zwartven, Ronduit). De geestelijkheid mocht gedurende 205 dagen per jaar geen vlees eten, maar zij hielden van een goede tafel. De pastoors kweekten er karper, lauw, baars en snoek. Het water voor deze vijvers kwam uit de Putse Moer, waarmee ze via een gracht verbonden waren. Nog altijd zijn de weilanden hier erg vochtig.
In 1859 werd het eigendom verkocht aan notaris Gheyssens, die te Antwerpen in de Markgravestraat woonde en zijn landgoed ‘De Markgraaf’ noemde.

Mont Noir
Rond 1846 verkocht de gemeente Kalmthout een stuk heidegrond aan een landbouwer. De derde eigenaar, Firmin Mignot, een Brussels industrieel, liet er in 1885 het Roemeens paviljoen van de wereldtentoonstelling van 1884 optrekken en doopte zijn landhuis ‘Mont Noir’. Hij verfraaide het landgoed met vijvers, dreven en bloemperken.
‘Mont Noir’ is Frans voor ‘zwarte heuvel’ en op de eerste kadasterkaarten (begin 19e eeuw) wordt deze plek aangeduid als “Eynd van den Zwartenheuvel”. “Heuvel” is een toponiem dat we ook ten oosten van het natuurreservaat Kalmthoutse Heide terugvinden in de straatnamen ‘Korte Heuvelstraat’ en ‘Heuvel’, en in de wijk ‘Heuvel’. Het toponiem ‘heuvel’ verwijst in de Kempen naar een markante verhevenheid in het landschap. Deze plek maakt deel uit van de landrug die de waterscheiding vormt tussen Maas- en Scheldebekken. Ze ligt dus wel degelijk vrij hoog ten opzichte van de wijdere omgeving.
Ook de toevoeging ‘zwart’ zien we bij verschillende toponiemen in de buurt (Zwarte Duin, Zwarte Beek, Zwartven). Dit kan verwijzen naar de “zwarte” kleur van de veen- of zandgrond of het venwater.
In 1909 kocht Bernard Bernsohn, een Joodse diamantair uit Antwerpen, de Mont Noir. Hij wou zijn landgoed uitbouwen tot een recreatiedomein voor de vele toeristen die de heide bezochten. Daartoe legde hij een spoorlijntje aan, dat klaar was in 1914. Tijdens WOI  vluchtte Bernsohn naar het buitenland. In de jaren 1920 werd Hector Carlier eigenaar. Hij sloopte het Roemeense paviljoen en liet een nieuw jachtpaviljoen optrekken.
Tijdens Wereldoorlog II lag de Mont Noir er verlaten bij, wat aanleiding gaf tot plundering en zelfs afbraak van alle bruikbaar bouwmateriaal. Het weer deed de rest en van het eens zo luxueuze optrekje bleef niets meer over.
In 2009 kocht het Agentschap voor Natuur en Bos de Mont Noir uit de erfenis van Marie-Antoinette Carlier.

De Nol
Zie Nolse vennen, Nolse duinen

Ruige Heide
Het oostelijk deel van Zandvliet en Berendrecht bestond tot de 18e eeuw bijna uitsluitend uit heidevelden.

Stoppelbergen
In dit gebied liggen vele afzonderlijke duinkopjes waar de begroeiiing als opstaande ‘stoppels’ het oude duinoppervlak vasthouden.

Tooverberg
In lang vervlogen tijden ging men ‘over de berg’ (het hoogste punt) van Zandvliet naar Putte, want zuidelijk ervan was het te nat. Het lidwoord werd aan ‘Overberg’ geplakt, zodat dit  ‘Tooverberg’ werd.

Wilgenduin
Recente benaming van het duinmassief tussen Keetheuvel en Vossenbergen, omdat er ooit veel kruipwilg groeide.

Withoefse Heide
Dit bos- en heidegebied ligt tussen het station van Heide en de Putsesteenweg.
Tussen 1770 en 1780 werd de Witte Hoeve gebouwd, een abdijhoeve van Tongerlo. Bedoeling was om van hieruit de omringende woeste gronden te gaan ontginnen. De Witte Hoeve bestaat nog steeds, en ligt te Kalmthout aan het kruispunt van de Withoeflei met de Kapellensteenweg.
De heide rondom de hoeve strekte zich toen uit noordwaarts tot aan de Putse Moer. Voor de omzetting van heide naar landbouwgrond kocht de abdij veel schapen. Die waren nodig voor de mestproductie, want zonder mest was het onmogelijk om meer heide om te zetten tot landbouwgrond. De ontginning van de heide ging slechts heel geleidelijk en beperkte zich tot de gronden vlak bij de boerderij.
Na de Franse revolutie werd de hoeve privé eigendom en de heide kwam in het bezit van de gemeente Kalmthout. Stukken van de heide werden verkocht, zowel aan boeren als voor de aanleg van de spoorlijn Antwerpen-Rotterdam.
Toen er in 1897 een station kwam bij de treinhalte in het gehucht Heide, stroomden de toeristen toe. Vanaf het begin van de 20e eeuw kwam er een hele toeristische infrastructuur tot stand met hotels, pensions en winkels. Ook vele stedelingen bouwden er een buitenverblijf.
In 1929 werd de parochie Heide-Kapellenbos opgericht en in 1932 maakte de Boerenbond een ontginningsplan voor de Withoefse Heide. Dat ging echter niet door, maar de heidegronden werden grotendeels verkaveld en volgebouwd met woningen.

De Zoom
De Zoom is de naam voor een oude turfvaart die ooit de belangrijkste waterloop was voor het turftransport uit de gebieden ten oosten van Bergen op Zoom.
Ze komt van uit het veengebied ‘de Nol’ in het noordoosten van de Kalmthoutse Heide, waar zij ‘Oude Moervaart’ heet. Op het grondgebied van Essen krijgt zij de naam ‘Spillebeek’ en eens de Belgisch-Nederlandse grens gepasseerd, heet zij ‘de Zoom’. Ze loopt verder via Wouwse Plantage richting Bergen op Zoom, waar ze uitmondt in de haven.
De graafwerken aan deze vaart begonnen in de 13e–14e eeuw in de veengebieden ten oosten van Bergen op Zoom. Naarmate de ontginning vorderde, werd de vaart verder doorgetrokken richting Kalmthoutse Heide.
In 1529 riep Jan III van Glymes alle mannen bijeen die turf als brandstof voor hun ambachtelijke industrie gebruikten (brouwers, lakenververs, pottenbakkers, zeepzieders …). Hij beloofde hen dat hij zou zorgen voor een betere turfvaart naar de veengebieden tussen Bergen op Zoom en Essen, op voorwaarde dat ze bij hem turf zouden kopen. Toen er voldoende belangstelling bleek te zijn, begonnen 500 mannen met graafwerken aan de Zoom.
De Zoom was tevens van groot belang voor de stad Bergen op Zoom omwille van de aanvoer van water. Door de hoogteverschillen rond de stad was het niet gemakkelijk om de stadsgrachten overal van voldoende water te voorzien. De Zoom bracht echter de oplossing, want langs daar kon goed (zoet) water uit de hoger gelegen Kalmthoutse Heide aangevoerd worden.