Plaggen

Plagplaats

Plaggen is het verwijderen van de begroeiing, het strooisel en de humusrijke bovenlaag van de bodem tot op het minerale zand. Door het steeds opnieuw verwijderen van organisch materiaal wordt de vegetatie verarmd en krijgen typische pioniersoorten de juiste groeikansen.
Plaggen gebeurt machinaal op voldoende vlak en niet te nat terrein. Voor sterk vergraste heideterreinen is plaggen een zeer goede herstelmaatregel.
Door te plaggen worden veel voedingsstoffen afgevoerd. Typische heideplanten houden van erg voedselarme omstandigheden. Uit de zaden die nog in de bodem zitten, kunnen deze planten terug gaan groeien.
Vochtige plagplaatsen vormen een ideale kiembodem, niet alleen voor gewone dophei, maar ook voor witte en bruine snavelbies en ronde en kleine zonnedauw. Op de droge plagplekken verschijnen naast struikhei een aantal soorten als zandzegge en vroege haver. Na het plaggen blijft een gedeelte van de bodem een hele tijd onbegroeid, wat dan weer van levensbelang is voor typische insecten die zich daar komen opwarmen of die op zandgrond aangewezen zijn om zich voort te planten.
De uiteindelijke bedoeling van het plaggen is de evolutie naar een structuurrijke heide.