Veen, een kostbare grondstof

Ten gevolge van eeuwenlange onberedeneerde ontbossing was er in onze regio brandstofnood vanaf de late Middeleeuwen. Daarom gingen zowel de plaatselijke bevolking als de bewoners van de steeds groeiende steden turf gebruiken in plaats van brandhout. Turf was in de hele regio veel te vinden, want op de moerassige gronden hadden afgestorven plantenresten zich gedurende duizenden jaren opgehoopt, zodat er een dikke veenlaag ontstaan was. Na droging van het veen kan hieruit turf gewonnen worden.
Vanaf de 14de eeuw werden er al moergronden aan turfhandelaars verpacht. Om het veen te kunnen ontginnen, werd het eerst ontwaterd. Dan werd het veen in blokken uitgestoken of uitgebaggerd en tot blokken gevormd. Na droging waren de turven klaar voor transport. Hiervoor werd in onze regio een uitgebreid sloten- en turfvaartennet aangelegd. De turfschuiten brachten de brandstof tot in de havens van Bergen op Zoom en Roosendaal. Van daaruit werd de turf verder vervoerd naar Vlaamse en Hollandse steden.
Vijf eeuwen turfwinning hebben een onuitwisbare stempel op het landschap gedrukt. De uitgestrekte hoogveengebieden werden vrijwel geheel afgegraven. In de uitgegraven laagten die niet naar landbouwgrond werden omgezet, ontstonden vennen en natte heide. Turfgrachten, turfvaarten, veendijken, vennen en natte heiden zijn de stille getuigen van dit eeuwenlange gezwoeg. Een aantal toponiemen als Putse Moer, Nolse vaart, Zwaluwmoer verwijzen nog steeds naar de vroegere veenactiviteit.
 
zie toponiemen van vennen